|
Latijnse naam: Agaporniden Griekse namen: "Agapein" (liefkozen) en "ornis" (vogel). Engelse naam: Lovebirds Mannetje: Man Vrouwtje: Pop Leeftijdsverwachting: 15 – 20 jaar. Broedtijd: 21- 23 dagen Nestgrootte: 3 – 7 eieren. Waar komt de Agapornis vandaan?
De Roseicollis ( Agapornis soort ) leeft in het wild in het zuidwesten van Afrika, in Angola tot aan de oevers van de Oranje-rivier. Ze leven voornamelijk in droge rotsachtige gebieden in groepen van 20 tot 30 vogels. Ze zorgen er altijd voor dat ze in de buurt van water zitten. Doordat ze nog wel eens op vrij grote hoogten te vinden zijn, 1500 tot 2000 meter, zijn ze vrij goed bestand tegen temperatuurswisselingen. Inrichting van de kooi:Agapornissen zijn levendige, ondernemende vogels die graag klauteren en klimmen. Ze hebben een vrij grote kooi nodig met horizontale tralies zodat ze lekker kunnen klimmen. In de kooi strekt de vogel ook af en toe zijn vleugels door bijvoorbeeld heel hard op zijn stok te gaan fladderen. In een te kleine kooi zou de vogel zijn vleugels dan ook kunnen beschadigen. Daarom zou het fijn zijn om één keer per dag de vogel uit ze kooi te halen. De kooi moet van stevige materialen gemaakt zijn zodat de Agapornis zijn kooi niet kapot kan krijgen, en zou kunnen ontsnappen. Als voer adviseren wij: xtra vital. Als bodembedekking raden wij corbo aan, dit stuift niet als de vogel fladdert en neemt veel beter vocht op dan bv zand. Corbo wordt gemaakt van maïskolven en heeft een langere gebruiksduur. Over de corbo kunt het beste canagrit strooien voor een betere vertering van het voer. Gebruik liever geen vogelzand. Dit kan namelijk in de oogjes van de Agapornis terecht komen, met als gevolg ernstige oogontstekingen. Verzorging:Om te beginnen moet een Agapornis elke dag vers drinkwater hebben. Controleer ook meteen het voer. Vaak laten ze de vliesjes in hun bakje liggen waardoor het lijkt dat het voer nog niet op is, maar zit er vaak geen voer meer in. Gewoon het bakje legen en er nieuw voer in doen. Wij adviseren om 1 keer per 3 maanden preventief anti-parasiet te geven, dit dood alle in en uitwendige parasieten zoals wormen, luizen en mijten. Ziektes:Inwendige parasieten. Van de inwendige parasieten spelen worminfecties een grote rol. Het gaat daarbij vooral om: · spoelwormen · haarwormen · lintwormen De eieren van spoelwormen en haarwormen kunnen via "wilde vogels" in volières terecht komen. Wormeieren kunnen vervolgens met het zwevend stof gaan circuleren en voortdurend een besmetting veroorzaken. Uitwendige parasieten:
Bij de uitwendige parasieten gaat het vooral om luizen en (veer)mijten. Deze kunnen onrust en conditievermindering veroorzaken, en er moet rekening mee gehouden worden dat deze pasrasieten ook ziekten kunnen versprijden. De schurftmijt, zoals scaly face komt vooral ook bij grasparkieten voor. De belangrijkste bacterie infecties waarmee we te maken hebben zijn:
| Salmonella bacterien,veroorzakers van paratyfus. | | Yersina als veroorzaker van pseudovogelpest. | | Escherichia coli als veroorzaker van onder andere darmontstekingen. | | Mycobacterien als veroorzaker van tubercolosis | | Stafylokokken/Streptokokken, veelal als bijkomende infecties, onder andere bij jonge vogels. | | Pseudomonas bij luchtweginfecties. | | Megabacterien ofwel maagschimmel zien we toenemen als oorzaak van maagontstekingen. |
Vogels kunnen ‘ziektes’ heel goed verbergen. Een zieke vogel zal niet zo vlug laten merken dat hij zich niet goed voelt. In de natuur is een zieke vogel natuurlijk eerder prooi voor een roofdier als een gezonde. Pas als de vogel echt doodziek is zal hij het niet meer kunnen verbergen en zul jij als eigenaar merken dat de vogel ‘anders’ is dan normaal. Als u dus merkt dat u vogel niet de ‘oude’ is, doordat hij bv: · niet meer eet of drinkt · bol zit · niet meer zingt of praat · donkere en of waterige ontlasting heeft ipv groen en stevig · uit evenwicht lijkt te zijn of andere eigenschappen die u opvallen waarvan u het niet vertrouwt, dan dient u z.s.m naar een dieren- of vogelarts te gaan.
|